Beste schaakvrienden,

 

Dat schaken een prachtige sport is hebben we reeds gezien in het vorige stuk. In deze episode wil ik ingaan op wat me tot deze mooie sport heeft gebracht en hoe dat is verlopen. In het volgende stuk zal ik in gaan op emoties en zenuwtrekjes bij schakers. Want daar kunnen ook nog geweldige en grappige annekdotes over geschreven worden 😜

 

Laat ik beginnen met te vertellen hoe het bij mezelf begon. M'n broer die 2 klassen verder was op de basisschool had ene meester Johan Hendriks als (Jan en Wiely wel bekend denk ik). meester in groep 6. Die man werd ook zijn meester in groep 8, en daar begon alle ellende. Terwijl m'n broer en ik helemaal voetbalgek waren en zelf allebei ook op hoog niveau voetbalden, werd m'n broer gegrepen door het schaakspel. Hij vroeg me of ik op zolder tegen hem wilde schaken op het bord van m'n opa. Ik keek vanaf m'n geboorte al tegen m'n broer op, en ik stemde dus in, al had ik er totaal geen zin in. M'n broer speelde E4, en ik had geen idee wat ik moest doen. Ik deed maar wat, en ik verloor het ene naar het andere stuk. Ik verloor denk ik meer dan 50 potjes van hem achter elkaar. Ik vond het allemaal maar kut, en ging liever buiten een balletje trappen. Hij bleef maar aandringen om potjes met 'm te schaken, en omdat hij m'n oudere broer was, en ik tegen hem opkeek bleef ik mezelf maar martelen en kwellen. Ik durfde nooit te weigeren uit angst voor een portie klappen. Dus om de harmonie maar goed te houden bleef ik spelen, en verliezen dus. M'n motivatie voor dingen waar ik niet goed in ben is over het algemeen heel erg laag. Totdat ik in groep 8 zat. Ik was elf jaar, veel met vriendjes en vriendinnetjes bezig en natuurlijk met voetbal. Johan Hendriks, onze meester was van mening dat we moesten schaken, en hij wilde een toernooi opzetten. Ik zal nooit vergeten dat ik toen pisnijdig thuiskwam, en tegen m'n moeder zei dat we moesten schaken. M'n moeder reageerde vrij neutraal. In mijn optiek waren schaken en golf geen sporten en ik wond me er ter plekke zwaar over op tijdens de middagpauze. Ik was vooral bezig met knikkeren en voetbal. De rest interesseerde me niet zoveel. En ja, inderdaad, de schaakcompetitie was opgezet aan het eind van de vrijdagochtend om 11:00 uur 😱

Johan vertelde dat er onderscheid werd gemaakt en dat de goeie bij de goeie kwamen en de slechte bij de slechte. Alleen al het feit dat hij het over goeie en slechte had irriteerde me mateloos 😬. Maar goed, we moesten spelen. En ik had er dus totaal geen zin in, en ging uit protest met stukken smijten, en ik duwde de punt van de loper op een gegeven moment in de reet van de meester. Dat kwam me op een dikke straf te staan. Ik mocht een dag lang niet de les in, en moest achter een kansloos computertje spelopdrachten maken, en het schoolplein schoonmaken. Dat is misschien ook wel de meest kansloze straf die je mij op dat moment kon geven. Want spelling en Nederlands zat toen al gegoten bij mij, en mij naar buiten laten om papier te prikken was automatisch vragen om moeilijkheden, heel veel moeilijkheden. Want het was net de tijd dat ik met vriendjes de magie van vuur had gevonden. En we hielden toen al kleine en onschuldige weddenschapjes over jatten en fikkie steken. En dat was dus koren op de molen tijdens m'n strafwerk. Ik pakte een stuk papier, die stak ik aan met een van de toen nog C1000 gejatte aansteker, en ik zette dat hele plantsoen in de fik. Daarna liep ik met een dreug hoofd weer terug naar het schoolplein en ging quasi laks verder met papierprikken. De directeur Henk Gouka riep me bij zich. Intussen was het hele plantsoen achter de school al afgefikt en was de brandweer gebeld. Ik speelde de vermoorde onschuld en kon toen al redelijk goed bluffen. Ze konden niet bewijzen dat ik dat had gedaan, en dat wist ik. Het enige waar ik me toen nog voor moest haasten was de schaakwedstrijd die meester Johan had georganiseerd. Wat ik op dat moment volslagen onzin vond, maar ik wilde toch graag ingedeeld worden en ik was bang voor een straf van de meester. Nou, het begon dan eindelijk. Hij liet me zitten en de loting was dat ik tegen de beste van de klas moest, Jesse! Jesse had z'n pionnen- en torendiploma, dus ja, iedereen zag tegen hem op. Hij was de favoriet. Na 2 partijen verloren te hebben en met stukken te hebben gesmeten begreep ik inmiddels dat er geen ontkomen meer aan was, en dat ik toch echt veroordeeld was tot een potje schaken op elke vrijdagmiddag  Witheet was ik toen ik tussen de middag braaf m'n boterhammen met hagelslag, en als we geluk hadden beschuit met aardbeien opat. Wat een rare bedoening, ik wil voetballen, en waarom moeten we schaken? "Dat is geen sport riep ik uit". Dat werd me niet in dank afgenomen. Maar deze keer kreeg ik geen straf. De klassen werden ingedeeld in 3 groepen. Door m'n wisselvallige resultaten vooraf kwam ik in de 2e (middelste) groep terecht. Aanvankelijk was ik van plan om er een bende van te maken en met stukken te gooien en smijten. Maar het werd me ook al snel duidelijk dat er geen ontkomen meer aan was. Dus toen dacht ik: oké, je kunt alles verkloten en verpesten hier, of je gaat je best doen en er wat van maken. Voor dat laatste koos ik. Ik won de eerste pot van een meisje (Wiewien heette ze) die dat schaken ook allemaal maar niks vond. Ze gaf steeds maar pionnen weg, en ook een paard en haar loper. En na de partij zei ze dat ze schaken vet kut vond. Ik begreep haar en voelde haar gevoel. Maar tegelijkertijd was ik blij dat ik m'n partij gewonnen had. De weken vlogen voorbij, en elke vrijdag gingen we schaken, en competitie spelen. De dag waar ik nog steeds met veel weemoed aan denk,is de dag dat we met onze klas naar de stuwen van Driel gingen. We moesten eindeloos filmpjes kijken over de grote waterkeringen van Driel, en hoe de stuwen open of dichtgingen tijdens hoog of laag water. Nou, het interesseerde me echt geen ene reet. Het enige wat mij bezig hield was de schaakpartij van later die ochtend. Ik had de eerste 2 partijen gewonnen, en nu moest ik waarschijnlijk tegen Susanne Peters. Een geduchte tegenstander en ik was eerlijk gezegd wel een beetje bang voor haar. Het allerergste wat mij gevoelsmatig en emotioneel kon overkomen gebeurde ook. We gedroegen ons als klas niet heel voorbeeldig, en op een gegeven moment zei Johan Hendriks: Oké, als jullie zo doen dan gaan we straks niet meer schaken! Daar moesten veel lui om lachen, want ze vonden het eigenlijk niet zo'n harde straf. Voor mij voelde die mededeling als een dolk recht in m'n hart. Ik wilde schaken, en ik weet nog dat ik daar op die lange brug richting de stuw ging staan, en m'n klasgenoten tot stilte maande, in de hoop dat onze meester Johan z'n strafmaatregel zou intrekken. Maar dat deed ie niet. Mijn hele dag was gruwelijk verpest en ik heb Johan zwaar vervloekt omdat ie dus weigerde om onze schaakcompetitie voort te zetten. En ik was er ook altijd 24 uur non stop mee bezig. Niemand wist dat, ook m'n ouders niet. Maar meester Johan had die dag hetgeen gedaan wat mij het allerhardst raakte. Namelijk niet kunnen schaken. Ik was van mezelf een redelijke en fatsoenlijke jongen. Alhoewel ik ook wel graag buiten de lijntjes kleurde. De dag dat we niet mochten schaken heb ik als zwaar depressief ervaren. Die dag heb ik uit protest ook niks meer gedaan. Zat nog te broeden op een wraakactie, maar fat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Ondertussen zat ik al met Rik, m'n beste vriend te schaken. Mocht Johan dit horen, of lezen: met terugwerkende kracht bied ik je m'n excuses aan! Maar ik verwacht van jou met terugwerkende kracht ook excuses voor het afgelasten van de schaakwedstrijd!

 

Oké, volgende keer ga ik in op hoe het daarna is verlopen, en zal ik een mooie analyse en beschouwing geven over zenuwtrekjes in het schaken. Fijne schaakgroetjes Rob